Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Materiële vaste activa


Algemeen

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De jaarlijkse afschrijvingen zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. 

De aangewende investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de materiële vaste activa.

Activa met een aanschafwaarde onder de 2.500 euro worden regelmatig vervangen. Als gevolg hiervan is op de balans een vast bedrag (“constante waarde”) van 5,2 miljoen euro opgenomen voor activa onder de 2.500 euro, met als uitgangspunt dat sprake is van een ideaalcomplex: jaarlijkse aanschaf en afschrijving zijn nagenoeg gelijk. De hoogte van de constante waarde wordt gevolgd en is in verslagjaar 2013 getoetst met de realiteit. Desgewenst kan deze op enig moment worden aangepast. Op de constante waarde wordt niet afgeschreven.

Gebouwen en terreinen

De gebouwelijke investeringen, waarvan het juridisch en economisch eigendom bij de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs berust, worden op de balans geactiveerd en lineair afgeschreven in 40 jaar (nieuwbouw) of 20 jaar (verbouw).

Op gebouwen gefinancierd door de overheid rust een (economisch) claimrecht van de gemeenten. Het juridische eigendom van deze gebouwen berust bij de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs, het economisch eigendom bij gemeenten. Evenwel is het mogelijk dat een deel van deze gebouwen door de vereniging zelf is gefinancierd, waarbij geen economisch claimrecht is verworven. Dit deel van de gebouwen wordt geactiveerd en afgeschreven in 40 jaar.

Vanwege de onbeperkte gebruiksduur wordt op terreinen niet afgeschreven.

Voor de kosten van periodiek groot onderhoud wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening is opgenomen onder de overige voorzieningen aan de passiefzijde van de balans.

Inventaris en apparatuur / andere vaste bedrijfsmiddelen

De activeringsgrens voor de aanschaf van inventaris, apparatuur en andere bedrijfsmiddelen bedraagt 2.500 euro. Investeringen met een aanschafwaarde van minder dan 2.500 euro per investeringsbeslissing worden rechtstreeks ten laste van het resultaat gebracht.

Jaarlijks vindt er een administratieve opschoning van activa plaats, die meer dan een jaar geleden volledig waren afgeschreven.

Projecten in uitvoering

De projecten in uitvoering worden opgenomen tegen de vervaardigingkosten. Na afronding van de projecten worden de gelden van de overheid die ter financiering zijn ontvangen op de investeringsuitgaven het betreffende project in mindering gebracht.

Financiële vaste activa

Effecten

De onder de financiële activa opgenomen effecten zijn beleggingen op lange termijn. Deze effecten worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde per balansdatum. Indien de verkrijgingprijs hoger is dan de nominale waarde wordt het gekochte agio gedurende de resterende looptijd van betreffende obligaties afgeschreven en in mindering gebracht op de opbrengst van de beleggingen.

Overige vorderingen

De hieronder opgenomen vorderingen betreffen de vergoedingen die van gemeenten nog ontvangen worden voor aflossing op door de overheid gegarandeerde leningen o/g en de door de vereniging en gelieerde stichtingen aan derden verstrekte langlopende leningen. Beide zijn gewaardeerd tegen nominale waarden.

Vlottende activa

Vorderingen

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Oninbare vorderingen worden afgeboekt. 

Liquide middelen

De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder de vorderingen. Liquide middelen die tenminste 12 maanden niet ter directe beschikking staan worden gepresenteerd onder de financiële vaste activa.

Eigen vermogen

De gelden die zijn opgenomen onder het eigen vermogen betreffen publieke en private gelden.

Algemene reserve

De algemene reserve geldt ter waarborging van de continuïteit van de totale OMO-organisatie op de lange termijn.

Bestemmingsreserve

Binnen de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs worden geen bestemmingsreserves gehanteerd.

Bestemmingsfondsen

Bestemmingsfondsen worden gevormd ter dekking van toekomstige uitgaven inzake bijzondere doeleinden. Aan de vorming van een bestemmingsfonds ligt een verplichting ten grondslag die is opgelegd door derden.

Resultaatbestemming

In deze jaarrekening zijn de resultaatbestemmingen verwerkt over het verslagjaar.

Voorzieningen

Onder de voorzieningen worden de personele voorzieningen en de overige voorzieningen gepresenteerd. Tenzij anders aangegeven worden de voorzieningen opgenomen tegen nominale waarde. 

Een voorziening in verband met verplichtingen wordt uitsluitend genomen indien op balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • vereniging Ons Middelbaar Onderwijs heeft een huidige in recht afdwingbare of feitelijke verplichting op grond van een gebeurtenis uit het verleden;
  • het is waarschijnlijk dat een uitstroom van middelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en;
  • een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het bedrag van de verplichting.
Personele voorzieningen

Hieronder is de voorziening opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij ambtsjubilea van personeelsleden. Dit is een statische voorziening waarvan jaarlijks de hoogte per ultimo verslagjaar wordt bepaald door het aantal personeelsleden (in fte’s) te vermenigvuldigen met een bedrag van 750 euro.

Overige voorzieningen

Hieronder is de voorziening groot onderhoud opgenomen. Deze voorziening ter gelijkmatige verdeling van lasten voor groot onderhoud van gebouwen wordt bepaald op basis van de te verwachten uitgaven voor groot onderhoud over een reeks jaren. De voorziening wordt lineair opgebouwd. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht.

Langlopende schulden

Schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar worden aangeduid als langlopend. De langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de schuld.

Kortlopende schulden

Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de schuld

De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)